Lot en de sjalsjelet                                            Klik hier om voor te lezen Voorlezen

Lot en een sjalsjelet1? In onze Bijbel lees je daarover niks. In de Hebreeuws bijbel een heel enkele keer. Een sjalsjelet wordt in de Thora weergegeven als een klein figuurtje in de vorm van een bliksemschicht. Een zigzagbeweging. Een teken dat een paar keer vooruit en achteruit gaat, een bevroren beweging. Het drukt een psychologische toestand van besluiteloosheid uit. Zo'n figuurtje, een sjalsjelet, staat bij het verhaal van de twee engelen die Lot in Sodom opzochten2. Om precies te zijn in Genesis 19 vers 16, bij de woorden Lot aarzelde3.

Aarzelde Lot? Dat was toch niks voor hem. Toen Abraham en hij vonden dat het beter was dat hun wegen zouden scheiden4, koos Lot zonder aarzeling de vruchtbare streek rond Sodom als nieuwe woonplaats.5 Terwijl hij echt wel moest weten dat de Sodomieten  vreemdelingenhaters waren. Haast nog erger dan de meeste Kanaänieten. Lot had zich daarvan niets aangetrokken.

Hij had zelfs niet geaarzeld om bij de rechters in de poort van de stad te gaan zitten6. Hij wist wel dat hij volgens zijn stadsgenoten daar niet thuis hoorde. Hij was toch een rijke boer! Nou dan! Maar daar bij de stadspoort werd hij nauwelijks gedoogd. Dat bleek later die avond wel7. En juist daar in de stadspoort, op die gedoogplaats zeg maar, spraken de twee engelen, hem aan. Zichtbaar en hoorbaar voor de rechters daar. Dat kon niet goed gaan.

Lot aarzelde dan ook geen moment de engelen een veilig onderdak in zijn huis te bieden8. Als ze op het plein zouden blijven, zoals zij zeiden te willen doen9, zou het niet goed met hen aflopen. Met veel fysiek en mentaal geweld zouden de Sodomieten hen de stad uitjagen. Bij hem in huis zouden de mannen veilig zijn. Dacht hij.

Lot aarzelde zelfs niet toen de mannen van Sodom voor zijn deur stonden10 en schreeuwend eisten die twee vreemde mannen aan hen uit leveren11. Om hen pervers te vernederen middels seksuele intimidatie of zelfs erger12. Lot ging naar buiten deed de deur achter zich dicht en sprak de schreeuwende menigte toe13. Noemde hen zelfs zijn vrienden14. Erger nog, hij bood hen zelfs zijn ongehuwde dochters als lustobject aan15.

Ongelooflijk  je zal toch maar zo’n vader hebben! Maar zelfs dat aanbod werkte niet. Woedend probeerde de menigte Lots huis binnen te dringen. Schreeuwden nog harder: Uit de weg! Dat woont hier als vreemdeling en wil zo nodig de rechter uithangen. Wacht maar, jij zult er ook van lusten, en nog meer dan zij! Het is dat de engelen Lot het huis introkken, want anders….16

Lot aarzelde zelfs toen niet om daarna toch weer de straat op te gaan om zijn aanstaande schoonzoons te zeggen dat zij moesten vluchten omdat de stad verwoest zou worden17.

Maar toen de engelen de volgende ochtend Lot tot spoed aanmaanden om te vluchten18, aarzelde Lot19. Hoe bestaat het! Dat je aarzelt als God je wil redden20. Dat je blijkbaar zo vast zit aan het aardse hier en nu dat je aarzelt Gods redding aan te nemen.

Hoe kon Lot dat toch doen?!

Hoe kunnen velen van onze tijd dat doen: Aarzelen Gods redding aan te nemen.

 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1 De betekenis van de sjalsjelet heb ik ontleend aan het boek Genesis, boek van het begin van Jonathan Sacks blz 101ev

2 Genesis 19,1a: De twee engelen kwamen ’s avonds in Sodom aan

3 Genesis 19,16a: Toen Lot aarzelde

4 Genesis 13,6-9a: Beiden bezaten zo veel vee dat er te weinig land was om bij elkaar te blijven wonen. Hierdoor ontstond er ruzie tussen de herders van Abrams vee en de herders van Lots vee. ….Daarom zei Abram tegen Lot: ‘Waarom zouden we ruziemaken, jij en ik, ……Het is maar beter dat we uiteengaan.

5 Genesis 13,10-12: Lot keek om zich heen en zag hoe rijk aan water de hele Jordaanvallei was; voordat Sodom en Gomorra door de HEER werden verwoest, …. Daarom koos Lot voor zichzelf de Jordaanvallei …… Hij sloeg zijn tenten op bij Sodom.

6 Genesis 19,1b: Lot zat juist in de stadspoort

7 Later die avond schreeuwden de mannen uit Sodom: Maar ze schreeuwden: ‘Uit de weg!’ Ook riepen ze: ‘Dat woont hier als vreemdeling en moet ons zo nodig de wet voorschrijven. Wacht maar, jij zult er ook van lusten, en nog meer dan zij!’ (Genesis 19,9)

8 Genesis 16,2a: Heren,’ zei hij, ‘komt u toch mee. Het huis van uw dienaar staat voor u open; overnacht daar en was er uw voeten

9 Genesis 19,2b: ’ ‘Nee, dank u,’ antwoordden ze, ‘we overnachten wel op het plein.’ 

10 Genesis 16,4: Maar nog voordat Lot en zijn gasten konden gaan slapen, liepen alle mannen van Sodom bij Lots huis te hoop, jong en oud, niemand uitgezonderd

11 Genesis 19,5a: Waar zijn die mannen die bij je overnachten?’ riepen ze Lot toe. ‘Breng ze naar buiten,’ 

12 Genesis 19,5b: ‘Breng ze naar buiten, wij willen ze nemen!’ 

13 Genesis 19,6: Lot ging naar buiten en deed de deur achter zich dicht. 

14 Genesis 19,7: Maar vrienden, zoiets kunnen jullie toch niet doen!’ zei hij. 

15 Genesis 19,8a: Luister, ik heb twee dochters die nog nooit met een man geslapen hebben. Die zal ik bij jullie brengen, doe met hen wat jullie willen.

16 Aldus de weergave van Genesis 19,9 in het boek van Jonathan Sacks. Zie  voetnoot 6 voor de weergave van Genesis 18,9 in de NBV21

17 Genesis 19,14a: Lot ging naar zijn schoonzoons, de mannen die met zijn dochters zouden trouwen, en zei tegen hen: ‘Vlug, weg uit deze stad, want de HEER gaat haar verwoesten.’

18 Genesis 19,15: Zodra het licht begon te worden zetten de engelen Lot aan tot spoed: ‘Vlug, ga hier weg met uw vrouw en uw twee dochters, anders komt u om vanwege de misdrijven die in deze stad zijn begaan.’ 

19 Genesis 19,16a: Toen Lot aarzelde

20 Genesis 19,16ab: Toen Lot aarzelde, grepen de mannen hem en zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand, omdat de HEER hem wilde sparen