De wijsdwaze achitofel

Het is dat het in de Bijbel staat, anders zou je het niet geloven. Je bent de belangrijkste adviseur van de koning. Je bent zo wijs dat jouw woord even zwaar weegt als een profetenwoord1 . En je heet Achitofel: Broer van de dwaasheid. Gaven zijn ouders hem die naam? Of zijn 'vriendjes' om hem te pesten omdat hij het knapste jongentje van de klas was. Hoe dan ook, toen hij de topadviseur van koning David was heette hij nog altijd Achitofel2. Zijn naam had hij niet mee, zijn oordeel des te meer.

Behalve die ene keer, toen hij de zijde van Absolom koos. Vergiste hij zich toen? Zag hij de dingen minder scherp? Integendeel! Hij zag en hoorde scherper dan ooit. Meer dan David lief was. Bijvoorbeeld wat David indertijd met zijn kleindochter Batseba3 had uitgehaald. Onbegrijpelijk dat een man de dag begint God te danken dat het hem aan niets ontbreekt4 en na zijn middagdutje5 bezwijkt voor de aanblik van een naakte vrouw6.  Een Hettietische nog wel die hij niet eens kent7

Terwijl hij zichzelf eerder zo had voorgehouden zich te beheersen8. Of gold dat alleen zijn tong9 en niet zijn gedachten en gevoel10. Had hij geen herinnering meer aan zijn vroegere psalm ‘In mijn overmoed dacht ik: nooit zal ik wankelen’11? Was hij dan toch zo'n man met twee verdiepingen in zijn leven? De ene waar hij mooie dingen over God en geloven kon zeggen en de andere waarin voor God geen plaats is. Nou die middag was het dakterras van zijn paleis12 heel duidelijk die andere verdieping van zijn leven, God ver weg en eigen begeerten dichtbij.

Maar ook Batseba ging bepaald niet vrij uit. Zij had, zoals het hoort, met haar maandelijkse reiniging toch even kunnen wachten tot het zowat donker was13. Ze hoefde toch niet in te gaan op de uitnodiging van de koning14! Ze wist toch dat de kans groot was dat ze niet alleen de maaltijd maar ook het bed met David zou moeten delen15! Of wilde ze juist even een bijvrouw van David zijn? Waren haar hormonen zo vlak voor haar nieuwe vruchtbare periode haar de baas16? Was Uria soms te lang van huis17?

Er was iets geknapt bij Achitofel toen hij ervan hoorde hoe David Uria ‘verwekker’ van het kind wilde laten lijken18 en toen dat niet lukte hem liet vermoorden19. Sindsdien zon hij op wraak. Jaren later had hij zich dan ook prompt bij Absolom aangesloten in zijn rebellie tegen David20 . Hem toen ook adviseerde David te vernederen door publiekelijk met zijn bijvrouwen naar bed te gaan21. Maar toen Absolom zijn voorstel om David te achtervolgen en te doden22  van geen waarde achtte na Chusai’s advies dat niet te doen23, had het leven voor Achitofel ook geen waarde meer24. Koos hij de dood in plaats van leven25. Dwaas die hij uiteindelijk was.

Achitofel, broer van de dwaasheid. Batseba, dochter van een goddelijk belofte, ver-overoma van Jezus.

Wat dwaas is in de ogen van mensen heeft God uitgekozen om wijzen te beschamen26 .


1 2 Samuel 16,23

2 1 Kronieken 27,33a

3 Hoewel niet alle Bijbeluitleggers het erover eens zijn, lijkt het toch wel juist dat Eliam, de vader van Batseba (2 Samuel 11,3) de zoon was van Achitofel (2 Samuel 23,34). Ook zijn er Bijbeluitleggers die de leeftijd van Achitofel veel lager inschatten dan overeen komt met zijn grootvaderschap(vgl. Babylonische Talmud Sanhedrin 69b, 106b).

4 Psalm 23,1b

5 2 Samuel 11,2a

6 2 Samuel 11,2b

7 David kende Batseba niet (2 Samuel 11,3a) hoewel Uria officier in het leger van Joab was (2 Samuel 11,1 en 7). Batseba was een Hethietische (2 Samuel 11,3b). Een volk dat oorspronkelijk in het Syrië van onze tijd leefde., van oorsprong afk zijn legeraanvoerders was (

8 Psalm 39,2a

9 Psalm 39,2b

10 Psalm 139,2b

11 Psalm 30,7

12 2 Samuel 11,2b

13 Hoewel de Bijbel dat niet zo duidelijk zegt is het bij de Joden van oudsher gebruik dat vrouwen zich zeven dagen na hun laatste menstruatie in de avondschemering reinigen (een mikveh nemen).

14 2 Samuel 11,4a

15 2 Samuel 11,4a

16 2 Samuel 11,4b Zoals eerder aangegeven was een vrouw tot 7 dagen na het einde van haar menstruatieperiode onrein (Leviticus 12,2). Dus zo ongeveer tot de twaalfde dag van haar maandelijkse cyclus. Dan moest zij zich reinigen. Dat is dus vlak voor het midden van haar maandelijkse cyclus waarop de eisprong plaatsvindt.

17 2 Samuel 11,6

18 2 Samuel 11,8-13

19 2 Samuel 11,14-17

20 2 Samuel 15,31

21 2 Samuel 16,21

22 2 Samuel 17,1-2

23 2 Samuel 17,7 en 14a

24 2 Samuel 17,23a

25 2 Samuel 17,23b

26 1 Korintiërs 1,27

 

 

Om voor te lezen klik hier

De wijsdwaze achitofel

Het is dat het in de Bijbel staat, anders zou je het niet geloven. Je bent de belangrijkste adviseur van de koning. Je bent zo wijs dat jouw woord even zwaar weegt als een profetenwoord1 . En je heet Achitofel: Broer van de dwaasheid. Gaven zijn ouders hem die naam? Of zijn 'vriendjes' om hem te pesten omdat hij het knapste jongentje van de klas was. Hoe dan ook, toen hij de topadviseur van koning David was heette hij nog altijd Achitofel2. Zijn naam had hij niet mee, zijn oordeel des te meer.

Behalve die ene keer, toen hij de zijde van Absolom koos. Vergiste hij zich toen? Zag hij de dingen minder scherp? Integendeel! Hij zag en hoorde scherper dan ooit. Meer dan David lief was. Bijvoorbeeld wat David indertijd met zijn kleindochter Batseba3 had uitgehaald. Onbegrijpelijk dat een man de dag begint God te danken dat het hem aan niets ontbreekt4 en na zijn middagdutje5 bezwijkt voor de aanblik van een naakte vrouw6.  Een Hettietische nog wel die hij niet eens kent7

Terwijl hij zichzelf eerder zo had voorgehouden zich te beheersen8. Of gold dat alleen zijn tong9 en niet zijn gedachten en gevoel10. Had hij geen herinnering meer aan zijn vroegere psalm ‘In mijn overmoed dacht ik: nooit zal ik wankelen’11? Was hij dan toch zo'n man met twee verdiepingen in zijn leven? De ene waar hij mooie dingen over God en geloven kon zeggen en de andere waarin voor God geen plaats is. Nou die middag was het dakterras van zijn paleis12 heel duidelijk die andere verdieping van zijn leven, God ver weg en eigen begeerten dichtbij.

Maar ook Batseba ging bepaald niet vrij uit. Zij had, zoals het hoort, met haar maandelijkse reiniging toch even kunnen wachten tot het zowat donker was13. Ze hoefde toch niet in te gaan op de uitnodiging van de koning14! Ze wist toch dat de kans groot was dat ze niet alleen de maaltijd maar ook het bed met David zou moeten delen15! Of wilde ze juist even een bijvrouw van David zijn? Waren haar hormonen zo vlak voor haar nieuwe vruchtbare periode haar de baas16? Was Uria soms te lang van huis17?

Er was iets geknapt bij Achitofel toen hij ervan hoorde hoe David Uria ‘verwekker’ van het kind wilde laten lijken18 en toen dat niet lukte hem liet vermoorden19. Sindsdien zon hij op wraak. Jaren later had hij zich dan ook prompt bij Absolom aangesloten in zijn rebellie tegen David20 . Hem toen ook adviseerde David te vernederen door publiekelijk met zijn bijvrouwen naar bed te gaan21. Maar toen Absolom zijn voorstel om David te achtervolgen en te doden22  van geen waarde achtte na Chusai’s advies dat niet te doen23, had het leven voor Achitofel ook geen waarde meer24. Koos hij de dood in plaats van leven25. Dwaas die hij uiteindelijk was.

Achitofel, broer van de dwaasheid. Batseba, dochter van een goddelijk belofte, ver-overoma van Jezus.

Wat dwaas is in de ogen van mensen heeft God uitgekozen om wijzen te beschamen26 .


1 2 Samuel 16,23

2 1 Kronieken 27,33a

3 Hoewel niet alle Bijbeluitleggers het erover eens zijn, lijkt het toch wel juist dat Eliam, de vader van Batseba (2 Samuel 11,3) de zoon was van Achitofel (2 Samuel 23,34). Ook zijn er Bijbeluitleggers die de leeftijd van Achitofel veel lager inschatten dan overeen komt met zijn grootvaderschap(vgl. Babylonische Talmud Sanhedrin 69b, 106b).

4 Psalm 23,1b

5 2 Samuel 11,2a

6 2 Samuel 11,2b

7 David kende Batseba niet (2 Samuel 11,3a) hoewel Uria officier in het leger van Joab was (2 Samuel 11,1 en 7). Batseba was een Hethietische (2 Samuel 11,3b). Een volk dat oorspronkelijk in het Syrië van onze tijd leefde., van oorsprong afk zijn legeraanvoerders was (

8 Psalm 39,2a

9 Psalm 39,2b

10 Psalm 139,2b

11 Psalm 30,7

12 2 Samuel 11,2b

13 Hoewel de Bijbel dat niet zo duidelijk zegt is het bij de Joden van oudsher gebruik dat vrouwen zich zeven dagen na hun laatste menstruatie in de avondschemering reinigen (een mikveh nemen).

14 2 Samuel 11,4a

15 2 Samuel 11,4a

16 2 Samuel 11,4b Zoals eerder aangegeven was een vrouw tot 7 dagen na het einde van haar menstruatieperiode onrein (Leviticus 12,2). Dus zo ongeveer tot de twaalfde dag van haar maandelijkse cyclus. Dan moest zij zich reinigen. Dat is dus vlak voor het midden van haar maandelijkse cyclus waarop de eisprong plaatsvindt.

17 2 Samuel 11,6

18 2 Samuel 11,8-13

19 2 Samuel 11,14-17

20 2 Samuel 15,31

21 2 Samuel 16,21

22 2 Samuel 17,1-2

23 2 Samuel 17,7 en 14a

24 2 Samuel 17,23a

25 2 Samuel 17,23b

26 1 Korintiërs 1,27

 

 

Lazarus

Nadat Jezus Simon van zijn huidvraat had genezen1en Lazarus uit de dood in het aardse leven teruggebracht2, spraken zij elkaar vrijwel dagelijks3. Vaak urenlang. Voor die tijd was dat heel anders. Toen spraken of zagen zij elkaar nauwelijks. Hooguit op afstand bij een bruiloft of barmitswa. Want Simon leed aan huidvraat.

Zoveel bruiloften of barmitswa’s werden er trouwens in Betanië niet gevierd. Betanië was maar een klein dorp van hooguit twintig huizen4. Vreemd eigenlijk dat het zo klein gebleven was. Zo afgelegen lag het nu ook weer niet. De pelgrimsweg van Jericho naar Jeruzalem lag op ruim een kilometer afstand en naar Jeruzalem was het hooguit een uurtje lopen5.

Maar, het moet gezegd worden, Betanië nodigde niet echt uit als woonplaats. Het zal aan de naam hebben gelegen, Betanië: huis van ellende6. Dat hadden ze in het dorp in de loop der jaren maar al te goed ervaren. Juist omdat Betanië zo'n kleine gemeenschap was, gebeurde het nogal eens dat iemand met huidvraat in Betanië kwam wonen. Wel apart en afgezonderd7, maar toch. Geen wonder dus dat Lazarus en Simon elkaar aanvankelijk niet spraken of zagen. Tot Jezus hen een nieuw leven had gegeven. Simon na zijn huidvraat en Lazarus na zijn eerste aardse dood8.

Dag in dag uit raakten zij daarover met elkaar niet uitgepraat. Wonderlijk toch hoe Jezus hun doopnamen tot realiteit gebracht had. Simon: God verhoort. En Lazarus: God helpt9. Heerlijk om weer volop in het leven mee te draaien. Of lag dat voor Lazarus misschien toch net even anders. Simon had hem dat wel eens gevraagd. Of hij niet bang was. Want sinds Jezus Lazarus het aardse leven had terug gegeven, was hij zijn leven niet meer veilig10.

Door het wonder van zijn opstanding was de Messiaanse beweging zozeer in een stroomversnelling gekomen11 dat de Joodse leiders bang waren dat de Romeinen zouden ingrijpen12. En dat zij hun ook de laatste Joodse privileges zouden ontnemen13. Dat zou dan echt het einde van de Joodse natie betekenen. Lazarus kon dus maar beter opnieuw dood zijn14.

Lazarus leek daar niet mee te zitten. Hij ging althans nooit in op de vraag van Simon. Ook niet op vraag hoe het was toen hij dood was. Of hij toen iets van de hemel had ervaren. Of God misschien had gezien. Het leek of Lazarus daarover niet praten mocht! Net zoals Paulus15 jaren later16. Waar Lazarus wel vaak over sprak was dat hij ervan overtuigd was dat Jezus hem voor een bijzondere taak in het aardse leven had teruggeplaatst17.

In die geest had Jezus immers over zijn ziekte gesproken!18 Hij hoopte dat Jezus hem binnenkort die taak duidelijk maken wanneer hij binnenkort vlak voor Pesach weer in Betanië zou logeren19. Misschien zelfs tijdens de feestmaaltijd die zij ter ere van Jezus wilden houden20. Maar als lazarus moest wachten op duidelijkheid, was dat ook goed. Desnoods jaren.

Zo gebeurde het ook.

Volgens de overlevering mocht Lazarus een paar jaar na Paulus’ kerkplanting21de eerste bisschop zijn van de christelijke kerk op Cyprus22.


 

1 Marcus 14,3a

Johannes 12,1b

3 In de Bijbel wordt niet verteld over gesprekken tussen Lazarus en Simon. Toch zullen die twee vaak met elkaar hebben gepraat. In Joodse gemeenschappen werd alles met elkaar gedeeld. Zeker in een klein dorpje als Betanië. En helemaal wanneer onvoorstelbare wonderen in je leven hebben plaats gevonden.

4 Ontleend aan Peter Walker, In het voetspoor van Jezus p. 109 ev.

5 Johannes 11,18

6 Ontleend aan Bijbelse Encyclopedie. Andere bronnen melden dat Betanië Vijgenhuis betekent

7 Leviticus 13,46

8 Johannes 11,44

9 Ontleend aan Betekenis van Bijbelse woorden en (plaats) namen (www.oudesporen.nl/Download/OS0939.pdf. Ook de betekenis van de namen van Lazarus en Simon wordt verschillend uitgelegd, hoewel de verschillen kleiner zijn dan voor de betekenis van Betanië.

10 Johannes 12,10

11 Johannes 12,11

12 Johannes 11,48a

13 Ontleend aan Bargil Pixner, With Jesus in Jerusalem, p 61

14 Johannes 11,50

15 Handelingen 22,17

16 2 Korintiërs 12,2-4

17 Johannes 11,41-43

18 Johannes 11,4b

19 Johannes 12,1a

20 Johannes 12,2

21 Handelingen 13,5

22 Na door Jezus uit de dood te zijn opgewekt heeft Lazarus zich volgens de overlevering in Kition, de voorloper van het huidige Larnaka, gevestigd. Hier zou hij dertig jaar hebben gewoond. Tijdens zijn verblijf zou hij bovendien tot de eerste bisschop van de stad zijn benoemd. In de Agios Lasarosker in Larnaka (Cyprus) is de graftombe van Lazarus tot op de dag van vandaag te bezichtigen.

Simon Kananeüs

Als je door je doen en laten zo opvalt dat iedereen je Simon de IJveraar noemt, zou je denken dat de evangelisten heel wat over je te vertellen hebben. Dus niet. Slechts vier keer noemen zij alleen zijn naam en bijnaam. En dan nog op de meest onopvallende plaats in de naamlijst van de discipelen. Matteus en Marcus noemen hem Simon Kananeüs1.

Niet omdat hij uit Kana in Galilea kwam. In hun evangeliën is zijn Aramese bijnaam gewoon onvertaald gebleven. In Lucas is zijn bijnaam wel vertaald en heet hij Simon de IJveraar2. Althans in onze tijd. Eerdere Bijbelvertalers hebben zijn Griekse bijnaam eeuwenlang onvertaald gelaten, waardoor hij als Simon de Zeloot de geschiedenis was in gegaan3.

Het is maar goed dat Simon dat niet heeft geweten. Hij zou er niet blij mee zijn geweest. Wellicht zouden mensen in hem een obscure discipel zien4 die lid was van de militante verzetsbeweging van de Zeloten5. Zeloten stonden namelijk niet zo gunstig bekend6/tip}. Dat de Romeinen hen ordinaire lestai, bandieten, noemden zei niets. Voor de Romeinen waren na de opstand van Judas de Galileër7 alle Galileërs bandieten{tip content="Judas de Galileër was een man die met alle mogelijke middelen het volk ervan trachtte te overtuigen dat de volkstelling van Tiberias niet geen fiscale registratie was, maar bedoeld om het volk tot een vorm van slavernij te brengen. Judas was daarin zo ver gegaan, dat hij het niet bij woorden had gelaten, maar leiding gegeven had aan een opstand tegen de Romeinse overheersing. Met geweld hadden de Romeinen de opstand neergeslagen en Judas vermoord."}8.

Veel meer zeggend was dat ook de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus hen zo omschreef en typeerde als rovers en moordenaars die angst en chaos onder het volk verspreidden9. En dat kon je van Simon niet zeggen. Wel dat hij een ijveraar voor Jezus was. Jezus verzette zich fel tegen de religieuze schijnheiligheid van zijn tijd. Iedereen leefde heel precies volgens de honderden ge- en verboden die de schriftgeleerden hadden afgeleid uit de Thora10.

Maar het doel van de wet, God en je naaste lief te hebben als jezelf11,  bleef uit zicht. Ze wisten het wel maar deden er niet naar12. In zijn eerste preek op de berg13 had Jezus dat heel duidelijk gemaakt. Een offer brengen terwijl je in onvrede leeft met je broer of zus? Vergeet het maar. Maak het eerst in orde met je broer of zus in de kerk. Het offer dat je wilt brengen is minder belangrijk14. Schijnheiligheid brengt je niet verder, zeker niet in het koninkrijk van God15. Breek daarom resoluut met de zonde. Ook al schaadt dat je sociale status of lichamelijk welzijn16.

Simon kon er nog stil van worden. Tegelijk kon hij zijn mond er niet over houden.  Waar het hart vol van is, stroomt de mond immers van over17. Niemand mocht aan Jezus' woorden voorbijgaan. Daarvoor wilde Simon zich met hart en ziel inzetten. Wilde hij een echte Kananion , een echte ijveraar zijn. Zich als volgeling van Jezus met hart en ziel richten op het belang van de ander18. Hen de boodschap van Jezus te laten horen en toeeigenen.

Mensen te waarschuwen en te behoeden voor religieuze schijnheiligheid. Hen te laten zien dat de wet zijn doel19 en vervulling vindt in Christus20. Opdat zij in oprechtheid zouden leven in de liefde van God en uit te zien naar de genade van Jezus Christus21.

Zijn naam en bijnaam waren daarom meer dan genoeg22.

Simon de IJveraar.


1 Matteus 10,2-4  en Marcus 3,16-19.

2 Lucas 6,15b

3 Simon de IJveraar wordt wel eens ten onrechte verbonden met een naamgenoot Simon de Magiër. Simon de Magiër (of Zebedeüs) was hoofd van de Magiërs, een priesterlijke kaste van Samaritaanse filosofen die de legitimiteit van Jezus ondersteunden. Zij eerden het kind Jezus in Bethlehem. Net zoals de Zeloten was deze Simon een overtuigd voorstander van een oorlog met Rome en stond daarom ook bekend als Simon Kananites (Grieks voor fanaticus), wat later verkeerd werd vertaald als Simon de Kanaäniet. 

4 De apostel Simon (Simon de Zeloot in het Evangelie volgens Lucas 6:15), was een van de meest obscure apostelen van Jezus Christus. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Simon_(apostel)

Het Centrum voor Bijbelonderzoek geeft bij Matteus 10,4 in de (internet-)Studiebijbel als bijzonderheid: De toevoeging kananitēs (-aios) bij Simon betekent hier niet een inwoner van het land Kanaän of het dorp Kana, maar komt van het Hebreeuwse qannā’j wat hetzelfde betekent als het Griekse zelotēs (Lucas 6:15): ‘ijveraar’. Het geeft aan, dat deze Simon vóór hij door Jezus geroepen werd, tot de partij van de Zeloten (een politieke verzetsbeweging) behoorde.

6 Zeloten waren een groep waren een groep militante vrijheidsstrijders, gebrand op wraak tegen de Romeinen die hun erfgoed en territorium hadden gestolen. De Romeinse autoriteiten zagen de Zeloten als gewone lestai (bandieten). Bron: http://users.skynet.be/paracon/ll/7.htm

7 Handelingen 5,37a

Judas de Galileër was een man die met alle mogelijke middelen het volk ervan trachtte te overtuigen dat de volkstelling van Tiberias niet geen fiscale registratie was, maar bedoeld om het volk tot een vorm van slavernij te brengen. Judas was daarin zo ver gegaan, dat hij het niet bij woorden had gelaten, maar leiding gegeven had aan een opstand tegen de Romeinse overheersing. Met geweld hadden de Romeinen de opstand neergeslagen en Judas vermoord.

9 Bron: www.christengemeenschap.nl Zoeken naar Pinksteren07.pdf

10 De schriftgeleerden hadden welgeteld 613 ge- en verboden uit de Thora afgeleid. De volledige lijst is te lezen op wikipedia: nl.wikipedia.org/wiki/613_mitswot

11 Matteüs 22,37-39

12Lucas 10,27-29 (ev)

13 Matteüs 5-7

14 Matteus 5,23-24

15 Matteus 5,20

16 Matteus 5,29-30a

17 Lucas 6,45c

18 Romeinen 15,2

19 Romeinen 10,4

20 Matteüs 5,17.

21 Judas vers 21.

22 Lucas 9,48b.

 

Levi de tollenaar1.

 

De laatste tijd kon hij zich niet op straat vertonen of hij werd door een stel kinderen uitgejouwd met ‘Levi, shekel, Levi shekel’. Hoe kwamen ze er bij! Dat hadden ze vast niet van zichzelf2. Het kon niet anders dan dat hun ouders hen dat hadden geleerd. Het klonk daarom als ‘Kaalkop, schiet op’3. Hij was, net zoals bij Elisa, erger dan een melaatse4. Een paria die niet in hun gemeenschap thuis hoorde5.

Niet alleen omdat hij de importbelasting inde over de goederen die vanuit het noorden en overjordaanse naar en via Kafarnaum geïmporteerd werden6. Dat ook. Maar het was vooral omdat hij de bijzondere belasting inde die Pilatus had ingevoerd om de Joden te grieven. Een soort hoofdgeld, precies evenveel als de jaarlijkse tempelbelasting7. Een dubbeldrachme8, twee daglonen.

Te betalen met een speciale munt waarop de afbeelding van de keizer stond met het opschrift ‘Tiberias, Verheven Zoon van de Goddelijk Verhevene’9. Betalen met die munt betekende voor de meeste Joden niets meer of minder dan dat zij daarmee erkenden dat de keizer god is. Levi vond dat eerlijk gezegd wel heel ver gezocht. Voor hem was de munt niet meer dan een gewone belastingmunt.

Voor Jezus trouwens ook. Want toen de Farizeeërs Hem eens vroegen of het toegestaan was met die munt belasting aan de keizer te betalen antwoordde Jezus: ‘Geef me eens een munt, wiens afbeelding staat daarop en van wie is het opschrift?”10. Van de keizer dus. “Wel”, zei Jezus toen, “geef dan aan de keizer wat van de keizer is”11. Geen woord over goddelijke erkenning of aanbidding.

Ook geen verbod of ontmoediging die belasting te zoals de Farizeeërs later beweerden dat Jezus gezegd zou hebben12. Eerder een gebod. Of beter een ander, veel verder reikend, gebod: “En geef aan God wat van God is13”. Wat een geweldig antwoord: Geef aan de keizer dat het beeld van de keizer draagt en aan God dat Zijn beeld draagt14!

Wat dat precies betekende leerde Levi een paar dagen later. Voor zijn huis zat hij wat te kijken naar Jezus en de Hem omringende mensenmenigte die juist voorbij kwamen15. Eerlijk gezegd had hij wel wat sympathie voor Jezus. Jezus at immers bij sommige collega’s van hem16. Alsof zij bij Hem en Hij bij hen hoorde17.

Maar Levi piekerde er niet over ook mee te lopen. Zijn leef- en geloofsgemeenschap waren immers geen veilige havens voor hem. Hij bleef waar hij was. Of toch niet. Want toen Jezus naar hem toe kwam en hem vroeg Hem te volgen18 deed hij dat prompt19. Hij mocht tegelijk Levi en Matteus zijn20! Een man die zich hecht aan een ander21 en tegelijk geschenk van God is22.

Een man ook met oog voor details. Dat had hij geleerd als tollenaar. En dat mocht hij nu gebruiken om voor anderen heel precies op te schrijven wat Jezus zei en deed23. Levi en Matteus zijn. Dat was een feest waard. Ter ere van Jezus24. Omdat er voor hem toch een veilige haven was. Veilig in Jezus’ armen, veilig aan Jezus’ hart.


 

1 De meeste Bijbelverklaarders (ook de Bijbelse Encyclopedie) gaan ervan uit de tollenaar Levi en evangelist/apostel Matteus één en dezelfde persoon zijn. Toch zijn bij deze aanname vraagtekens te plaatsen. Zie o.m. Dr. Jakob van Bruggen in Christus op aarde 9.7

2 Van oudsher was de shekel (of sikkel) een hoeveelheid (gewicht) zilver of goud dat als betalingsmiddel gebruikt werd. Omstreeks 600 voor Christus kwamen munten in omloop. In Israël waren dat door de Griekse overheersing drachmen. In de Romeinse tijd kwamen daar ook de Romeinse denarius in omloop. En nog weer later de Joodse shekel.

3 2 Koningen 2,23

4 Dat Elisa kaal was en de kinderen hem als zodanig herkenden (2 Koningen 2,23) is erg onwaarschijnlijk. We zullen eerder aan het wegjagen van een melaatse of huidvraatlijder moeten denken. Iemand die melaats was/huidvraat had moest zijn haar los laten hangen (Leviticus 13,45 NBV) of –zoals de SV omschrijft- ‘zijn hoofd ontbloten’.  De scheldwoorden 'Kaalkop, schiet op 'm op' kunnen dus ook betekenen: 'Melaatse, maak dat je weg komt'.

5 Leviticus 13,46b

6 Kafarnaum lag aan de rand van het meer van Galilea op de belangrijke (westelijke) handelsroute vanuit het noorden. Langs de oostkust van het meer liep ook een handelsroute, maar werd minder intensief gebruikt. Toen na de dood van Herodes de Grote in 4 na Chr. Galilea onder het bewind van Antipas werd gesteld en het overjordaanse Gaulanitus aan Filippus, moest ook tolgeld betaald worden over de goederen die vanuit Betsaïda ( naar Kafarnaum) werden gebracht. Zo ook de vis die de vissers uit Betsaïda gevangen hadden. Het zou dus heel goed kunnen zijn dat Petrus, Andreas en Filippus die aanvankelijk in Betsaïda woonden (Johannes 1,44) daarom naar Kafarnaum zijn verhuisd (Matteus 8,5 en 14).

7 Exodus 30,13-14 en 2 Koningen 24,4-5

8 Jezus betaalde ook de tempelbelasting. We lezen daarover in Matteus 17,24-27. In bek van de vis trof Petrus een vierdrachmenstuk aan, genoeg voor de tempelbelasting voor 2 personen, voor Jezus en Petrus.

9 Ontleend aan een preek van Ds M.A. de Niet over Marcus 12 (te vinden op de website van de GKv Groningen-Zuid)

10 Matteus 22,20

11 Matteus 22,21a.

12 Dat was toen de farizeeërs Jezus door Pilatus wilden laten berechten en beweerden dat Jezus de mensen opstookte die belasting juist niet te betalen (Lucas 23,2).

13 Matteus 22,21b

14 Genesis 1,27 en 5,1

15 Marcus 2,14a

16 Lucas 15,2.

17 Marcus 2,15

18 Lucas 5,27

19 Marcus 2,14b

20 Matteus 10,3

21 Wat de precieze betekenis is van de naam Levi is onduidelijk. De oorsprong van de naam is te vinden in Genesis 29,34. De Bijbelse Encyclopedie verwijst daarnaar en omschrijft de betekenis van de naam als ‘met hem verbonden’ of ‘gehecht aan’.

22 Matteus betekent letterlijk: Gift van Jehova

23 Het is dan ook geen wonder dat in het evangelie van Matteus de meeste verhalen over geld staan. In zijn tijd als tollenaar had Matteus verstand van geld en belasting en een nauwkeurige kennis over het geldwezen, zoals dat toen in gebruik was.

24 Lucas 5,29