Klik hier om terug te gaan naar het artikel met voetnoten
De barmhartige Samaritaan, een vreemd verhaal
Goed beschouwd is het maar een vreemd verhaal. Het verhaal dat Jezus aan een wetgeleerde vertelde om duidelijk te maken wie je naaste is. Het verhaal dat wij kennen als de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Of heeft Jezus het verhaal ontleend aan het voor de Joden bekende verhaal uit 2 Kronieken 28. Het verhaal van de Efraïmitische familiehoofden die indertijd in het Samaria van Jezus’ tijd woonden. En die gewonde Judese gevangenen verzorgden en naar Jericho terugbrachten. Het zou kunnen. Net zo goed als het verhaal over de Samaritaan heel goed een waargebeurd verhaal zou kunnen zijn.
Maar het wel een vreemd verhaal. Want wie reist er nu alleen op die gevaarlijke weg van Jericho naar Jeruzalem. Struikrovers hebben het niet zelden voorzien op alleenreizende mannen die naar Jeruzalem gaan. Velen van hen hebben doorgaans aardig wat geld bij zich. Geld voor voedsel en onderdak. En heel vaak ook geld om in de tempel het jaarlijkse hoofdgeld te betalen of om een offergave te kopen.
In het verhaal van Jezus reisde een man alleen over de weg van Jeruzalem naar Jericho. Blijkbaar was hij al naar Jeruzalem geweest. Waarschijnlijk had hij zijn geld dus al grotendeels uitgegeven. Vreemd genoeg overvielen de struikrovers hem toch. Bij hem was toch niets te halen! Sloegen zij hem daarom halfdood? Zwaargewond en volkomen buiten bewustzijn lieten zij hem achter aan de kant van de weg. Hij leek wel dood.
Het verhaal wordt nog vreemder als eerst een priester en daarna een leviet ook alleen op weg naar Jeruzalem zijn. Waarom waren ze niet samen of met collega's op pad gegaan? Wilden zij soms ook beroofd worden? Of is er bij hen niets te halen. Zijn zij mannen die letterlijk en figuurlijk met lege handen, maar met een open hart naar de tempel gaan. Geld voor onderdak en voedsel hebben ze vaak ook niet bij zich. Dienstdoende priesters en levieten hadden recht op vrij kost en inwoning.
De priester en de leviet zagen de bewusteloze man wel liggen. Maar liepen met een boog om hem heen. Staken geen hand naar hem uit. Waarom zouden ze ook! De man kon wel dood zijn. Als de man dood is en zij hem aanraken, zijn ze een week lang onrein. Daar komt nog bij dat als hij dood is en de daders onbekend, zij volgens de Thora het dichtstbijzijnde dorp moeten opzoeken en de autoriteiten daar waarschuwen. Die vervolgens een jonge koe de nek moesten breken en daarna een best veel tijd vragende procedure volgen. Dat zou de priester en leviet veel te veel tijd kosten. Ook daarom had het voor hen geen zin meer naar Jeruzalem te gaan. Ze konden maar beter wegkijken en doorlopen. Wet is immers wet. Barmhartigheid en hulp moeten dan maar even wijken.
Nog vreemder wordt het verhaal als even later een Samaritaan eraan komt. Ook alleen. Hij durft wel. Zeker als hij op zakenreis is. Maar wat doet die Samaritaan daar op de weg van Jericho naar Jeruzalem. Reist hij zomaar door het Joodse land? Joden gaan niet met Samaritanen om en Samaritanen niet met Joden. Galilese Joden mijden Samaria daarom meestal als zij naar Jeruzalem gaan.
Over naar Jeruzalem gesproken, zou die Samaritaan echt naar Jeruzalem gaan? Daar lijkt het wel op. Want hij geeft de uitbater van het logement waarheen hij de gewonde man heeft gebracht twee denarie. Twee daglonen voor kost, inwoning en verzorging. Daarna komt hij weer terug. De man zal toch niet naar Jeruzalem gaan om God te aanbidden? Samaritanen hebben immers hun eigen bedevaartsoord. En de berg Gerizim om God te aanbidden! Waarom gaat die man dan toch naar Jeruzalem?
In het verhaal van Jezus moest die man naar Jeruzalem gaan om die zwaargewonde, beroofde man te vinden. Om duidelijk te maken wie je naaste is. Ook als die ander een vreemdeling is die je volgens de wet niet zou mogen of kunnen helpen.
En daarmee zegt Jezus ook tegen ons: Doe dan net zo zoals die Samaritaan deed. Toon barmhartigheid ook tegen een vreemdeling. Heb je naaste lief als jezelf!