Klik hier om terug te gaan naar het artikel met voetnoten
Didymus een ongelovige Thomas?
Als hij geweten zou hebben dat hij als ongelovige Thomas bekend zou staan, zou hij zich terecht hebben afgevraagd waarom uitgerekend hij de ongelovige was. Jezus had hem wel gezegd niet langer ongelovig te zijn maar niet gezegd dat hij een ongelovige Thomas was. En ook in de Bijbel wordt hij niet zo genoemd. Wel met een andere naam: Didymus. Vreemd is dat niet. Dat gebeurt wel meer. Jezus gaf bijvoorbeeld aan Simon de visser de Aramese naam Kefas , Rots. In het Grieks Petrus. Zo is de Aramese naam Thomas in het Grieks Didymus, tweeling.
Maar of Thomas één van een tweeling was, weten we niet. Toch hebben latere bijbellezers hem wel één van een tweeling gemaakt. Van Jezus nog wel. Hij, Thomas, leek uiterlijk misschien wel een beetje op Jezus. Maar daar hield het echt helemaal mee op. Jezus leek op hèm. Jezus was wel aan mensen gelijk geworden maar was bovenal God.
Opvallend is wel dat Thomas Didymus genoemd juist wanneer er leven is als naar de mens gesproken de dood er zou moeten zijn. Dat was toen Lazarus dood was maar Jezus hem weer tot leven bracht. Niet veel later opnieuw toen Jezus zèlf dood zou moeten zijn maar in levenden lijve aan de discipelen was verschenen. Thomas was er toen niet bij geweest. Hij was weggegaan na het onmogelijke verhaal van de vrouwen dat Jezus’ graf leeg was en engelen gezegd hadden dat Jezus weer leeft. Dat kon toch niet! Jezus was dood, dat had hij zelf gezien. En het graf leeg? Was dan toch waar wat Jezus gezegd had dat waar Hij heen ging zij niet konden komen? Thomas wilde daar het zijne van weten. En was weggegaan. Maar had niets ontdekt van een dode Jezus. Laat staan van een levende Jezus.
Thomas had dan ook niets geloofd van het verhaal van de discipelen dat Jezus hen had opgezocht. Jezus was dood. Kon hen dus niet meer opzoeken. En helemaal niet door een afgesloten deur binnenkomen! Hij, Thomas, zou pas geloven dat Jezus leeft als hij Jezus zag. De wonden op Zijn polsen en lichaam zou zien of voelen. Toen Thomas een week later wel bij de andere discipelen was , kwam Jezus weer door de afgesloten deur binnen. En nog voordat Thomas ook maar iets kon zeggen vroeg Jezus hem zijn geheelde wonden te betasten als bewijs dat Hij het echt was. Ja toen geloofde Thomas. Had hij dan twee bewijzen nodig? Het verslag van de discipelen en Jezus zien en voelen? Kreeg hij daarom de bijnaam ongelovige? Waarom hij wel en de andere discipelen niet? Zij geloofden de vrouwen die als eersten bij het graf geweest waren toch ook niet. Zij geloofden ook pas toen zij Jezus en Zijn handen hadden gezien! Had Jezus dan echt alleen hem, Thomas, op het oog toen Hij zei: Omdat je Mij gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.
Of had Jezus met die woorden juist de mensen van na Zijn Hemelvaart op het oog?
Ook U, jou en mij: Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.