Plaats muis hier even voor:                                                       De bedelaar bij de Schone Poort                                                                                           Voorlezen

Hoe lang hij al bij de Schone Poort zat te bedelen weten we niet. Het zou zo maar kunnen dat zijn ouders hem als kind daar al hadden neergezet. Want lopen kon hij niet. Voor zijn geboorte was er iets misgegaan1 waardoor hij geen kracht in zijn voeten en enkels had2Op handen en knieën kruipend kon hij zich wat voortbewegen. In huis ging dat nog. Maar buitenshuis was dat een probleem. Hij moest daarom iedere dag naar de Schone Poort gebracht worden om daar te bedelen3. Eerst door zijn ouders. Later ook de buren of zijn vrienden. Daarover had hij niet te klagen.  

Ook niet over zijn bedelplekkie. Iedereen die het tempelcomplex wilde binnengaan moest door de Schone Poort. En kwam dan uit op de voorhof van de vrouwen. Daar stond een offerkist waarin de mensen een vrijwillige bijdrage konden geven4. Vaak een paar leptons, soms meer.5Soms hadden mensen al wat muntgeld bij de hand als ze bij de Schone Poort waren. En daar maakte de man dankbaar gebruik van door aan de mensen te vragen hem een kleinigheid te geven6. Een aalmoes of liefdegave7. Het was maar net wat de mensen er zelf bij voelden. Misschien dachten ze wel aan de beginregel van een psalm van David: Gelukkig wie zorgt voor de armen8. Vaak gaven de mensen hem dan wel iets. Ook in financieel opzicht had hij dus niets te klagen.

En toch verlangde de man ernaar gewoon te kunnen lopen. Te dansen, te springen. Niet afhankelijk te zijn van een ander. Niet om hulp te hoeven vragen als hij tijdens het bedelen even zijn behoefte moest doen. Zijn verlangen mengde zich echter met boosheid toen hij hoorde dat Jezus een verlamde man in Bethesda9 vlakbij de Schaapspoort genezen had. Was Jezus bewust naar Bethesda gegaan Of wilde hij via de Schaapspoort10 naar de tempel.  Daar had Hij toch niks te zoeken. Ja schapen die geofferd moesten worden. Maar Jezus was toch geen herder? Hoewel…...

Jezus had dat later wel gezegd11. De goede Herder nog wel12. Waarom was Jezus niet zoals iedereen via de Schone Poort naar de tempel gegaan? Dan had hij ook Hem, misschien wel voor de zoveelste keer, om een echte liefdegave kunnen vragen. Hem kracht in zijn voeten en enkels te geven zodat hij kon lopen. Maar dat gebeurde niet. Ook later niet. En toen Jezus eerst dood, toen weer levend13 en vervolgens ineens van de aarde verdwenen was14, zat er voor de man niets anders op dan te blijven bedelen bij de Schone Poort.

Op een dag zag de man twee volgelingen van Jezus naar de tempel gaan15. Hij  vroeg hen hem een kleinigheid te geven16. De man die Petrus genoemd werd zei toen tegen hem dat hij geen goud of zilver had17. Nou dat hoefde nu ook weer niet. Een lepton was ook wel genoeg. Maar dat kreeg de man ook niet. Wel wat anders. Petrus zei tegen hem: In de naam van Jezus: sta op!18 Pakte hem bij de hand, hielp hem overeind19. En….de man stond op zijn voeten20. Kon zomaar ineens zelfs lopen21! Nooit gedaan maar toch. Eerst voorzichtig en nog een beetje wankel met Petrus door de Schone Poort de tempel in22. En daarna, in de voorhof van de vrouwen, dansen en juichen in het licht23. Dat was het grootste wonder. De man geloofde Jezus24. Zo zei Petrus dat ook tegen de verbaasde menigte op het tempelplein25. Jezus maakt vrij26.  Jezus zegent je en maakt je vrij van je slechte daden27. Goud of zilver is daarvoor niet nodig.

Zo schreef Petrus dat later ook aan de gelovigen in de diaspora.

Zo zegt hij dat nog altijd, ook tegen ons.

U bent niet vrijgekocht met zoiets vergankelijk als zilver of goud, maar met het kostbare bloed van Christus. (1 Petrus 1 vers 18)

 

1 Handelingen 3,2a: Men had ook een man die al sinds zijn geboorte verlamd was naar de tempel gebracht

2 Toen de man door Petrus overeind geholpen was voelde de man dat hij kracht kreeg in zijn enkels en voeten (Handelingen 3,7b: . Onmiddellijk kwam er kracht in zijn voeten en enkels.)

3 Handelingen 3,2b: hij werd daar elke dag neergelegd bij de poort die de Schone heet, om te bedelen bij de bezoekers van de tempel. 

4 In de voorhof van de vrouwen stonden aan de oostzijde, de zuilengang van Salomo, 13 houten offerkisten. Die ruimte werd ook wel de schatkamers van van de tempel genoemd. In sommige offerkisten kon men een bijdrage voor de tempeldienst geven. In andere offerkisten waren bedoeld voor een vrijwillige bijdrage.

5 Vergelijk het verhaal in Marcus 12 vers 41-44: Een arme weduwe schonk twee lepton, haar hele levensonderhoud. Een paar rijken zichtbaar voor iedereen heel veel. 

6 Handelingen 3,3b: vroeg hij (de verlamde man) om een kleinigheid

7 In de bekendste Nederlandse vertalingen van de Bijbel worden verschillende woorden gebruikt voor het geld dat de man aan de mensen vroeg. De NBV21 spreekt over een kleinigheid, de NBG51 over een aalmoes, de HSV over een liefdegave

8 Psalm 41,1a: Gelukkig wie zorgt voor de armen

9 Johannes 5,2: In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een bad met vijf zuilengangen dat in het Hebreeuws Betzata heet.

10 De Schaapspoort dankt zijn naam aan de schapen die als offerdieren naar de tempel gebracht waren. Later (de late middeleeuwen werd de poort ook wel de Stefanuspoort genoemd omdat Stefanus daar in de buurt gestenigd zou zijn.

11 Johannes 10,2: Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen.

12 Johannes 10,14a: Ik ben de Goede Herder

13 Handelingen 3,15: Hem die ons naar het leven leidt hebt u gedood, maar God heeft Hem uit de dood doen opstaan, en daarvan getuigen wij.

14 Marcus 16,19: Nadat Hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer opgenomen in de hemel en nam Hij plaats aan de rechterhand van God.

15 Handelingen 3,1: Op een dag gingen Petrus en Johannes zoals gewoonlijk omstreeks het negende uur naar de tempel voor het namiddaggebed.

16 Handelingen 3,3: Toen hij zag dat Petrus en Johannes de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een kleinigheid

17 Handelingen 3,6a: Maar Petrus zei: ‘Zilver of goud heb ik niet

18 Handelingen 3,6b: maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.

19 Handelingen 3,7a: Hij pakte hem bij zijn rechterhand om hem overeind te helpen.

20 Handelingen 3,7b: Onmiddellijk kwam er kracht in zijn voeten en enkels

21 Handelingen 3,8a: Hij sprong op, ging staan en begon te lopen.

22 Handelingen 3,8b: Daarna ging hij samen met hen de tempel binnen

23 Handelingen 3,8c: lopend en springend en God lovend

24 Handelingen 3,16: Het komt door zijn naam en door het geloof in zijn naam dat deze man, die u hier voor u ziet en die u kent, kan lopen; Jezus schenkt, heeft hem in aanwezigheid van u allen gezond gemaakt.

25 Handelingen 3,9-10: Alle tempelbezoekers ……. waren buiten zichzelf van verbazing over wat er met hem was gebeurd.

26 Handelingen 4,10a: dient u allen en het hele volk van Israël te weten dat deze man hier gezond voor u staat dankzij de naam van Jezus Christus van Nazaret,

27 Handelingen 3,26: God heeft zijn dienaar allereerst voor u laten opstaan en Hem naar u gezonden om ieder van u die zich afkeert van zijn slechte daden te zegenen.’