Klik hier om terug te gaan naar het verhaal met voetnoten

De weduwe van Naïn

Joel, haar overleden man, geloofde heilig in een leven na de dood. Maar zij was daar tot vlak voor haar huwelijk nooit zo zeker van geweest. Van huis uit had zij meegekregen dat dood dood was, einde van alles. In de loop van de jaren had Joël haar denken daarover wel veranderd en haar anders doen geloven. Maar toen hij een paar jaar geleden niet meer levend thuis was gekomen, was haar hart opnieuw gevuld met twijfel. En haar leven met angst. Angst dat ook haar enige zoon haar voortijdig ontvallen zou.

Dat kon immers. De hospita van Elia was dat eeuwen geleden immers ook overkomen! Twee dagen geleden was haar zoon ziek geworden. Vannacht was hij gestorven. En nu liep ze daar. Omringd door haar dorpsgenoten in een muur van verdriet. Achter de baar met het lichaam van wat vannacht nog haar zoon was.

Juist toen zij de stad wilden verlaten, kwam een grote groep mensen hen tegemoet. Iemand zei dat het Jezus uit Nazaret was met zijn volgelingen. Zij zag alleen maar schimmen. Door de zee van tranen. En aan Jezus had ze helemaal geen behoefte. Waarom was hij niet eerder gekomen?Waarom moest hij zo nodig eerst nog tijd en aandacht geven aan die Romeinse centurio in Kafarnaüm? Hij had toch gezegd voor zijn eigen volk te zijn gekomen!

En als hij de grote profeet was, wist hij toch waar zij nu doorheen ging. Dat zij geen kracht meer had om te schreeuwen en verdronk in de tranen van haar verdriet. Niemand had ze meer, niemand om op terug te vallen. Noomi was nog beter af. Die had haar schoondochter nog.

Maar zij? Niemand, alleen maar stille leegte. Ja, het hele dorp stond nu om haar heen. Maar over hooguit een jaar was iedereen haar ellende vergeten. Wat haar betreft kon Jezus nu maar beter doorlopen.

Maar dat deed hij niet. Hij dwong hen zelfs te stoppen door de baar aan te raken. Had hij dan geen respect voor de gestorvenen? Was hij niet bang zich te verontreinigen? Gevoel had hij blijkbaar ook niet. Want hij zei tegen haar dat ze geen verdriet moest hebben. Hoe kan dat nou als alles wat je lief en dierbaar was je is ontnomen.

Dan heeft je leven toch geen doel en zin meer. Dan mag je toch slaan tegen de leegte om je heen! Nog voordat ze daarover Jezus een verwijt kon maken zei Jezus tegen het dode lichaam op de baar: ‘Joh, sta op!’Zag Jezus de doek over zijn gezicht dan niet? Zijn grauwe lijkkleur? Zag hij….

En toen, toen ging haar zoon zitten! Sprak tegen Jezus of hij Hem al jaren kende. Jezus had macht over de dood! Is sterker dan de dood. Doodeng! Maar tegelijk ook: Goddank, een groot profeet. En zij, zij had haar zoon terug! Levend!

Door Jezus is de dood geen dood spoor.

Met Jezus is er te Leven met de dood!