Shira de Syro FenicischeShira de Syro-FenicischeTooltip tekst

Sinds een paar weken wist iedereen in Tyrus te vertellen dat een Jood uit Galilea een man uit de Dekapolis bevrijd had van een legioen boze geesten2. Sommigen hadden het zelfs over twee mannen3. Die Jood zou een zekere Jezus zijn, de zoon van de timmerman van Nazareth4.

Toen Shira5 daarvan hoorde, hoopte zij dat die Jezus ook nog eens naar Tyrus zou komen. Om haar dochter te bevrijden van de duivel die haar in haarzelf gevangen hield en soms tot zelfvernietiging aanzette. Ze wist wel dat ze eigenlijk tegen beter weten in hoopte.

Want wat had Jezus in Tyrus te zoeken? Haar zeker niet. Zij was immers een Syro-Fenicische6, een heidin7! Maar vanmorgen wist de buurvrouw te vertellen dat Jezus in de stad was! In het geheim, niemand mocht weten dat hij er was8. Hij zou zijn land een poosje hebben willen verlaten9 na de executie van Johannes de Doper10 en de harde confrontatie met de kerkleiders11.

Het verbaasde haar niets. Ook de Joodse profeet Elisa was al eens naar deze streek uitgeweken toen het voor hem wat te spannend was geworden in eigen land12. In Tyrus, de belangrijkste handelsstad ter wereld13, kon je gemakkelijk maandenlang onopgemerkt blijven. Zelfs als je samen met een groep Galilese mannen was. Tot gespannen blijdschap van Shira was dat Jezus niet gelukt14. Zij wilde hem dan ook zo gauw ze kon zien en spreken15. De buurvrouw moest maar even op haar dochter letten.

Maar toen Shira Jezus gevonden had, hoorde of zag hij haar niet16. Wat en hoe ze ook schreeuwde17. Wanhopig werd ze toen hij zelfs niets tegen haar zei toen zijn leerlingen hem vroegen haar te laten ophouden met schreeuwen18. Tegen hen, maar je kon op je sandalen aanvoelen dat het voor haar was bedoeld, zei hij toen dat hij alleen gekomen was voor mensen van zijn eigen volk die de weg kwijt waren19. Maar haar dochter dan? Was die de weg soms niet kwijt? Dan maar op de knieën:"Help mij toch Heer!"20.

Maar opnieuw een neen: 'Brood voor de kinderen geef je niet aan de honden'21. Zoiets had hij ook al eerder gezegd, wat heilig is geef je niet aan de honden'22. Toch hield ze vol. 'Maar Heer, de kruimels die van tafel vallen mogen de honden toch wel opeten!'23 Pas toen zei hij wat tegen haar. En wat! 'U hebt een groot geloof'. En 'wat u verlangt zal ook gebeuren'.

In die volgorde! Ze geloofde niet omdat een wonder had gezien zoals Jezus zijn volksgenoten eens had gezegd24. Nee, ze geloofde zonder het wonder te hebben gezien, ze geloofde Jezus op zijn woord. Het wonder zag ze pas toen ze thuis was en haar dochter verlost van haar kwelgeest op bed zag zitten25.

Wat een wonder en wat een wonder dat zij geloven mocht. Zij een Kanaänitische26. Terwijl ze nog wel had gedacht dat God veraf was en niet luisterde. Maar goed dat die ex-tollenaar Matteus erbij was. Om het allemaal heel precies op te schrijven27.

Voor twijfelende Bijbellezers van later eeuwen.

Voor wie de hemel dicht en God veraf lijkt.


1 Naar aanleiding van Matteus 15, 21-28 en Marcus 7,24-37

2 Marcus 5, 1-20

3 De evangelist Matteus vertelt dat er twee mannen waren die door een legioen geesten beheerst werden. Matteus 8, 28 e.v.

4 Algemeen wordt gedacht dat Jozef als timmerman een arme man was. Toen hij met Maria Jezus in de tempel ging opdragen, offerde hij immers het offer van de armen (Leviticus 12,8a) en ( Lucas 2,22-24). In sommige Joodse geschriften wordt de timmerman van een dorp niettemin omschreven als de op één na belangrijkste man in de synagoge.

5 Shira is eerlijk gezegd geen Kanaänitische naam, maar een Hebreeuwse en betekent zang of poëzie.

6 Marcus 7,24-26a

7 Niet Joden waren in de ogen van de Joden heidenen.

8 Marcus 7,24a

9 Matteus 15,21

10 Matteus 14,10

11 Na de executie van Johannes had Jezus een stil gebied in Galilea had opgezocht (Matteus 14,13a). Al spoedig wisten niet alleen de mensen (Matteus 14,13b), ook de kerkleiders uit Jeruzalem (Matteus 15,1) hem daar te vinden. Daar vond een harde confrontatie plaats (Matteus 15,12) nadat Jezus de kerkleiders harde verwijten gemaakt had over eigenwillige godsdienst (Matteus 15,3) en dat zij deden voorkomen of ze alles voor God over hadden, maar daarmee hun ouders verwaarloosden (Matteus 15,5-7).

12 1 Koningen 17,8-9

13 Al in de tijd van Ezechiël was Tyrus het belangrijkste handelscentrum van de wereld, vergelijkbaar met het New York van onze tijd. (Ezechiël 27, 3)

14 Marcus 7,24b.

15 Marcus 7,25a

16 Matteus 15,23a

17 Matteus 15,22’

18 Matteus 15,23b

19 Matteus 15,24

20 Matteus 15,25

21 Matteus 15,26

22 Matteus 7,6a

23 Matteus 15,27

24 Lucas 10,13

25 Marcus 7, 30.

26 Matteus 15,21-22a

27 Volgens de overlevering werd de ex-tollenaar Levi later de discipel en evangelist Matteus (Marcus 2,14) Bron: Studiebijbel in Perspectief.