Charoset

Charoset1


Gelukkig, n
et op tijd. De pesachmaaltijd was nog niet begonnen. Hadden ze op hem gewacht tot hij de huur van de gastenkamer2 betaald had3? Maar waarom was de plaats tegenover Jezus nog vrij4? Moest hij vanavond de sedervragen stellen5? Hij, Judas, die zich de laatste tijd zo mateloos geërgerd had aan het softe gedrag van Jezus6.Vooral toen Maria hem zes dagen geleden in het huis van Lazarus gezalfd had7.

En gisteren nota bene door een wildvreemde vrouw die zo maar tijdens de maaltijd bij Simon binnenviel8. Wat een verkwisting! Iedereen vond dat eigenlijk wel9. Maar voor hem was die druipende olie nu net de druppel die de emmer deed overlopen. Hij had niet eens het einde van de maaltijd afgewacht.

Zo gauw hij kon was hij naar de hogepriesters gegaan en hen toegezegd Jezus aan hen uit te leveren10. Een beetje je voeten laten insmeren met dure olie! Op die manier kwam er toch helemaal niets terecht van de zo vurig verlangde bevrijding. Goed, Jezus genas mensen met huidvraat11 of van demonische machten12.Hij gaf blinden het licht in de ogen terug13 en verlamden hun mobiliteit14. Zelfs dodenbracht Hij weer in het aardse leven terug15.

Maar verder? Bevrijding en verlossing van de wrede Romeinse macht? Niet dus. En nu moest uitgerekend hij, Judas, de sedervragen over bevrijding stellen? Nou ja, lang zou het niet duren. Of toch wel? Want toen aan het begin van de maaltijd16 de rituele handwassing zou plaatsvinden pakte Jezus de doek waaronder de matzes lagen, een kruik water en begon de voeten van alle discipelen te wassen17. Ongehoord om zo de orde van de maaltijd18te verstoren. En Jezus’ opmerking dat zij niet allemaal rein waren19 raakte kant noch wal.

Dat was toch heel normaal. Daarvoor was toch de tweede handwassing na het verhaal over de uittocht bedoeld! Waarom Jezus ineens zo verdrietig werd20ontging hem. En liet hem volstrekt koud. Ook dat Jezus vervolgens zei dat iemand Hem verraden zou21. Dat had Jezus wel meer gezegd22. Trouwens, wat wist Jezus van zijn deal met de hogepriesters? Nou dan…

Petrus zou Petrus niet zijn als hij ook nu niet het naadje van de kous zou willen weten. Hardop vragen durfde hij niet. Dus gebaarde hij Johannes dat hij aan Jezus moest vragen wie hem zou verraden23. Toen Jezus zei dat degene aan wie hij een stuk matze met charoset uit de schaal zou geven hem verraden zou 24, voelde Judas zich toch wat ongemakkelijker. Maar toen Jezus hèm de matze met charoset gaf25, sloegen bij hem de stoppen door. Dat was helemaal het toppunt. Jezus, die helemaal niets deed om het volk te verlossen gaf uitgerekend hem, die zich daarover zo ergerde, de charoset. Zo in de geest van “Alsjeblieft Judas, proef je vrijheid eens!”

Vrijheid? Van Jezus? Mocht wat.

Ziedend van woedend was hij weg gegaan. Waarom hij het brood met de charoset nog had aangepakt begreep hij zelf niet toen hij in het donker van de nacht alleen buiten stond……26.

Alleen in alleen maar duisternis. Vooral binnenin hemzelf.


 

1 Charoset is een bruine mix van geraspte appel, geraspte noten en honing en wordt tijdens de pesachmaaltijd gegeten als herinnering aan de Egyptische klei waarvan de Israëlieten stenen moesten bakken. Vandaar de naam charoset: klei.

2 Marcus 14,14b

3 Johannes 13,29a

4 De enige informatie die de Bijbel geeft over de tafelschikking is dat Johannes naast Jezus zat. Veel bijbeluitleggers menen dat Petrus aan de andere kant van Johannes zat. En Judas een heel eind verder, ergens achteraan. Of die uitleg de juiste is, is zeer de vraag. We lezen immers dat Petrus beduidde Johannes te vragen wie Jezus zou uitleveren (Johannes 13,24). Als je naast iemand zit, vraag je dat gewoon. En het moet haast wel dat Judas haast tegenover Jezus zat. Want hij at de charoset uit dezelfde schaal als Jezus (Marcus 14,20). En even later reikte Jezus hem het brood met de charoset aan (Johannes 13,26).

5 Bij de instelling van Pesach (Exodus 13) kregen de Israëlieten de opdracht hun kinderen steeds weer te vertellen over de bevrijding uit Egypte (Exodus 13,8). In de loop van de tijd werd de vertelling (de Hagada) daarover het belangrijkste element van de paasmaaltijd (de seder) te doen. Vlak voordat de maaltijd begint vraagt het jongste kind (of jongste aanwezige) vier vragen:

'Wat is het verschil tussen deze avond en alle andere avonden? Alle andere avonden eten wij gezuurde en ongezuurde broden, vanavond alleen ongezuurde broden? Alle andere avonden eten wij allerlei groenten, vanavond bittere kruiden? Alle andere avonden dopen wij niet eenmaal in, vanavond tweemaal? Alle andere avonden eten we rechtop Zittend of leunend, vanavond alleen leunend?’

Daarna vertelt degene die de seder geeft het verhaal van de bevrijding uit de slavernij.

6 De penningmeester Judas (Johannes 12,5b) wordt in de Bijbel aangeduid als de man uit Keriot, Judas Iskariot (Matteüs 10,4). Keriot was een plaatsje in Juda in de buurt van Hebron. Judas was dus de enige discipel die uit Juda afkomstig was. En het is volgens sommige bijbelverklaarders niet onwaarschijnlijk dat Judas’ haat en verzet tegen het Romeinse bewind hem ertoe aangezet had zich bij Jezus te voegen.

7 Johannes 12,1-8

8 Marcus 14,3-8

9 Johannes 12,4-5

10 Marcus 14,10-11

11 Matteüs 8,2-4

12 Matteüs 8,28-34

13 Johannes 9,1-7

14 Johannes 5,5-13

15 Johannes 11,43-44

16 Johannes 13,4a

17 Johannes 13,4b-5

18 De vaste volgorde (seder) van de pesachmaaltijd is:

1. Zegening (Kaddesh)

2. Eerste Reiniging (Urechatz)

3. Groente eten (Karpas)

4. Breken van het brood (Yachatz)

5. Verhaal van de uittocht (Maggid of Hagada)

6. Tweede reiniging (Rachtaz)

7. Zegening van brood (Motzi)

8. Zegening van matzes (Matzah)

9. Eten van bittere kruiden (Maror)

10. Eten van de matzes (Korech)

11. Hoofdmaaltijd (Shalchan Oroch)

12. Eten van de naspijs (Tzafun)

13. Drinken van de wijn (Barech)

14. Lofprijzing (Hallel)

15. Sluiting (Nitzah)

19 Johannes 13,11

20 Johannes 13,21a

21 Johannes 13,21b

22 Johannes 6,70-71

23 Johannes 13,24

24 Johannes 13,26a

25 Johannes 13,26b

26 Johannes 13,30