12 Eind goed al goed

Zo onvoorstelbaar het wonder is van Jezus' geboorte, zo onvoorstelbaar is ook wat gebeuren moest om Hem geboren te laten worden. Het is dat de Bijbel het vertelt, anders zou niemand het geloven. Toen de mens dwars tegen Gods gebod in koos voor het kwaad door van de boom te gaan eten waarvan hij niet eten mocht , beloofde God dat hij eens een nakomeling zou krijgen wat het kwade voor altijd zou overwinnen.

 

Soms leek die belofte onvervulbaar ver. Want in plaats dat de mens na Gods belofte zijn best te doen het kwade zoveel mogelijk uit zijn leven weg te doen, koos hij juist nog meer voor het kwade. Zo grof en op alle gebieden van het leven, dat God besloot hem en al zijn soortgenoten en de schepping waarin hij leefde te vernietigen. Alleen Noach en zijn familie mochten blijven leven om Jezus geboren te laten worden. Naar de mens gedacht en gesproken koos God daarvoor niet de gemakkelijkste en meest voor de hand liggende weg. Zeker niet voor mensen om te geloven. Want wie gelooft nu dat een onvruchtbare vrouw van over de veertig zonder enige medische hulp of ingrijpen spontaan in verwachting raakt van een tweeling ! Of, sterker nog, wie kan geloven dat een onvruchtbare vrouw van over de negentig nog zwanger wordt ? Waarom moest Jezus die Zoon van God was, een mens worden om mensen te redden van de zonde en eeuwig te geven. Wij zouden misschien zeggen dat God mensen toch ook wel op een andere manier eeuwig leven kunnen geven. Als Jezus dan beslist als Zoon van God mens moest worden, waarom moest Hij dan uitgerekend uit vrouwen geboren worden die door mannen werden misbruikt1 of die zich willig aan mannen gaven2. En waarom mocht er uiteindelijk geen man aan te pas komen om Hem te verwekken ? Een normaal mens begrijpt of gelooft daar toch helemaal niets van!

Inderdaad en zeker niet van de ene op de andere dag. Jezus heeft daarom ruim drie jaar de tijd genomen3 om duidelijk te maken wie Hij was en waarom Hij naar de aarde was gekomen. Hij deed dat in heldere taal en tot de verbeelding sprekende daden en beelden. De Farizeeërs en schriftgeleerden ergerden zich daar echter mateloos aan. Hij at en dronk maar met hoeren en tollenaars. En met de Joodse wetten en tradities nam Hij het ook al niet zo nauw. Het ergste waren echter Zijn woorden. Zeggen dat je bij God vandaan komt is pure godslastering. Bovendien is het niet waar. Want geen mens kan leven nadat hij God heeft gezien. Als mens zeg je toch niet dat je levend water geeft. Zeker niet op het Loofhuttenfeest en helemaal niet dat de Bijbel zo over je spreekt. Bovendien is het enige water dat mensen leven geeft , het water uit de tempel. Zo was het altijd geweest en zo zou het altijd blijven. Dachten de Farizeeërs en schriftgeleerden. Wat zij niet zagen , niet mochten zien , was dat door de komst van Jezus dat allemaal veranderd was en het oude afgedaan had. In het begin zagen Jezus' eigen discipelen dat soms ook niet. Pas toen de Heilige Geest bij hen de sluier van de Joodse wet had weggenomen en hen de weg naar de waarheid gewezen , geloofden zij voluit dat Jezus de Gods Zoon was en dat Hij mens geworden was om mensen te redden van de dood. Dat maakte Johannes, de speciale vriend van Jezus , zo blij dat hij haast woorden tekort kwam om anderen daarin te laten delen. Maar dat werd hem niet in dank afgenomen. Mensen van de wereld nemen het niet dat iemand zich apart opstelt en voor Jezus kiest. Wie dat doet hoort niet thuis in hun wereld. Wanneer hij daarover spreekt, wordt hij de mond gesnoerd. Dat overkwam Johannes ook. Hij werd naar Patmos verbannen. Dat was heel erg voor hem, want vertellen over het goede nieuws van God was zijn lust en zijn leven. Gelukkig kreeg Johannes niet veel tijd om over zijn verbanning en spreekverbod te treuren. Op Patmos hoorde en zag hij dingen die nog nooit iemand had gezien of gehoord. Zelfs Paulus niet toen hij voor zijn sterven eens in de hemel was. Johannes zag namelijk als eerste en enige mens de nieuwe hemelaarde4. Op Patmos ontving hij het laatste stukje informatie om de Bijbel compleet te maken. Daarom moest Johannes, hoe moeilijk hem dat soms ook viel5 , juist spreken waar Paulus en Daniël nog zwijgen moesten. Met wat Johannes moest opschrijven6 over wat hij zag en hoorde kunnen mensen de Bijbel pas in het juiste perspectief zien en begrijpen.

Op de grote gebrandschilderde ramen van de kathedraal van Chartres in Frankrijk wordt heel beeldend 'verteld' hoe dat kan. Op die vier ramen staan de vier grote profeten (Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël) afgebeeld met op hun schouders de vier evangelisten (Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes). Omdat de evangelisten op de schouders van de profeten staan, kunnen zij veel verder kijken dat de profeten ooit deden. Zij zien daardoor lijnen die de profeten nog maar vaag ontwaarden en ontdekken dat profetenwoorden in vervulling waren gegaan die de profeten zelf niet eens begrepen. Wat een geweldig perspectief hebben mensen dus wanneer zij op hun beurt op de schouders van de evangelisten gaan staan. Wat missen mensen veel wanneer zij de Bijbel alleen maar uit een profetisch perspectief lezen. Dan kunnen zij bijvoorbeeld niet goed zien wat het hemels Jeruzalem is wat Johannes zag. En denken zij dat de tempel die Ezechiël zag, nog moet komen. Dan doen zij in feite tekort aan de boodschap van de Bijbel. Laten we daarom heel bewust op de schouders van Johannes gaan staan en zien welk perspectief hij mocht geven aan wat de profeten Jesaja en Ezechiël hadden gezegd.

Ezechiël was één van de priesters die met de eerste groep ballingen door Nebukadnezar7 naar Babel gedeporteerd werden. Toen hij vijf jaar in ballingschap was, heeft God hem in een visioen als Zijn profeet aangesteld en de opdracht gegeven Gods woorden en boodschappen8 onverwijld aan de Joodse ballingen door te geven. Want het ging niet goed met de ballingen. Na de pesterijen in het begin en het verdriet over Jeruzalem , waren zij gaan wennen aan hun ballingschap. Vooral toen zij deden wat de profeet Jeremia gezegd te doen, zich inzetten voor de economie van het land waar zij als ballingen leefden. Toen kwamen zij pas echt goed in de problemen. Namelijk die van hun welvaart. Want als de welvaart het leven van mensen kleurt, raakt God vaak heel gauw uit beeld. Dat was precies wat met de ballingen gebeurde. Zij konden weliswaar urenlang met elkaar over allerlei religieuze zaken praten, maar hun werkelijke interesse lag toch bij hun geld en goed. Aan Ezechiëls woorden gingen zij dan ook helemaal voorbij of zagen in zijn woorden hooguit een aardige visie over een verre toekomst. Zo kon het gebeuren dat de meeste ballingen ook voorbij aan Gods laatste en belangrijkste boodschap9.

In het vijfentwintigste jaar van zijn ballingschap bracht God Ezechiël in een visioen naar het land Israël om hem te laten zien hoe Jeruzalem na de ballingschap eruit zou zien. In het visioen zag Ezechiël een landmeter die druk bezig was de tempel op te meten. Toen Ezechiël in het visioen bij hem aankwam, hield de man daarmee op om hem rond te leiden door de prachtige nieuwe tempel. Tijdens die rondleiding vertelde hij Ezechiël dat God besloten had weer naar Zijn volk om te zien. En dat Hij het Beloofde Land weer aan de Israëlieten zal teruggeven en dat zij daar weer als vanouds mogen wonen als ongedeeld volk en in vrede en welvaart. Ja meer nog, God Zelf zal dan bij Zijn volk wonen in een nieuwe stad die 'Stad van God' zal heten. Bij de tempel zag Ezechiël ook iets wat hij vroeger nooit had gezien, wat er ook nooit was geweest. Hij zag daar een rivier ontspringen die het land zo vruchtbaar maakte dat zelfs de Dode Zee een levende zee werd. Leven voor wat eens dood was. De dood en ellende overwonnen. Wat een perspectief! Om reikhalzend naar uit te zien! Maar toen Ezechiël aan zijn volksgenoten vertelde wat hij gezien had, kreeg hij maar bij weinigen de handen op elkaar. Tientallen jaren was dat nauwelijks anders. Want toen koning Kores in opdracht van God de ballingen liet terugkeren naar Juda om daar de tempel te gaan herbouwen , bleven de meeste Joden liever in Babel. Daar hadden zij het goed, ook in religieus opzicht10. Achteraf en vanuit de mens bezien niet eens zo gek. Want het leven van de teruggekeerde ballingen ging bepaald niet over rozen. Afgezien van de ontberingen van de tocht naar Jeruzalem en de desolate toestand waarin zij de stad weer terug vonden, begon de ellende pas echt op het feest dat zij vierden toen de fundamenten van de tempel gelegd waren. Terwijl de meeste mensen lachten en blij waren , stonden de ouderen onder hen, die de vorige tempel nog gekend hadden, erbij te huilen omdat de nieuwe tempel bij lange bij niet zo mooi en groot zou worden als de oorspronkelijke.

Niet veel later ontstonden er grote problemen toen de nieuwe bewoners van Judea -in feite ook ballingen - wilden helpen bij de herbouw van de tempel. De Joden voelden daar echter niets voor. Het was hun tempel en hun God, daarmee had een ander niets te maken. De Joden waren immers door God als volk apart gezet. Van samenwerken en samenleven kon dus geen sprake zijn11. Hoe eerlijk en zuiver het aanbod van de nieuwe bewoners van het land was om te helpen bij de bouw van de tempel vertelt de Bijbel niet. Ook niet of zij door de houding van de Joden teleurgesteld of beledigd waren. Een feit is dat de nieuwe bewoners van Juda hebben vanaf dat moment met alle mogelijke middelen geprobeerd hebben de herbouw van de tempel en van de stad -want die werd intussen ook weer opgebouwd - te dwarsbomen en de Joden te ontmoedigen. Eerst probeerden zij met allerlei leugens bij koning Kores en later bij koning Darius de bouw van de tempel en stad te stoppen. Dat liep blijkbaar op niets uit, want toen koning Ahasveros daarna aan het bewind kwam hebben zij dat nog eens geprobeerd. Nog weer later bij koning Arthahsasta door te dreigen dat de Joden, zodra de tempel en stad waren herbouwd, in opstand zouden en het hele gebied ten westen van de Eufraat aan zijn macht ontvallen zou. Dat leek succes te hebben, want Arthahsasta beval dat de herbouw van de tempel ogenblikkelijk gestaakt moest worden. Zo gebeurde het ook. Maar de profeten van die tijd namen dat niet en moedigden het volk aan door te gaan met de bouw. Bovendien dienden zij een verzoek in om onderzoek te doen naar het bevel van koning Kores om de tempel te herbouwen. Toen bleek dat koning Kores inderdaad opdracht gegeven had de tempel te herbouwen , werd dat bevel nog eens extra bekrachtigd. Iedereen werd ook verplicht de Joden financieel te helpen en wie dat niet deed, moest ter dood gebracht worden.

Toen kwam er pas echt schot in de herbouw van de tempel. Het duurde toen niet lang meer dat de nieuwe tempel met een machtig feest in gebruik genomen kon worden. Blijkbaar was er in de houding van de nieuwe bewoners van Judea ook veranderd. Toen de tempel klaar was, konden zij zelfs bij zijn met de Joden. Er waren zelfs mensen die zich bekeerden en met de Joden het Paasfeest vierden. De vrede leek een feit. Wel met de plaatselijke bevolking, maar niet met de omringende volken12. Toen waren die het die zich tegen de hernieuwde vestiging van de Joden in Judea gingen verzetten. Nog voordat de muren van Jeruzalem herbouwd waren, beraamden zij een aanval op de stad. Maar daar kwam niet van omdat God Zelf die plannen verijdelde. De dreiging bleef echter. En het moeilijke leven voor de Joden dus ook. Zij moesten bij wijze van spreken de stad herbouwen met een speer en hamer. Met gereedschap in de ene en de wapens in de andere hand. De moeilijkste tijd begon echter toen de tempel en de stad herbouwd waren. En de moeiten van binnenuit kwamen. Wel door de rijke Joden, die de gewone mensen zo vreselijk uitbuitten dat zij nauwelijks geld voor voedsel en onderdak meer hadden. Toen werd het leven voor velen, zoals de prediker van toen omschreef13, haast uitzichtloos en zonder zin. Juist in die tijd mocht de profeet Zacharia Gods boodschap van hoop en uitzicht op betere tijden overbrengen14. God Zelf, zo zei Zacharia, zal ten strijde trekken tegen iedereen die Zijn volk onrecht had aangedaan. Dan zal het leven weer kleur krijgen en licht. Licht zoals het nog nooit geweest was. Wat een perspectief om naar uit te kijken. Maar toen die profetie vervuld werd in de komst van Jezus als het Licht van de wereld , geloofden de mensen dat niet. Zelfs niet toen Hij hen dat Zelf zei. Dat willen en kunnen de meeste Joden nog steeds niet zien. Want zij staan als het ware nog altijd naast de profeten. Zij zien dus ook niet verder dan het profetenoog reikte. Het Jeruzalem dat Zacharia zag, is voor hen daardoor het aardse Jeruzalem dat eens het religieuze en politieke centrum van de wereld zal zijn. Maar wanneer zij bij wijze van spreken met Johannes op de schouders van de profeten zouden gaan staan, zouden zij zien dat de vrede waarover ook Jesaja sprak niet beperkt is tot het Joodse volk alleen. Dan zouden zij zien dat de zegen die Abraham kreeg niet alleen de Joden maar nog veel meer anderen gold en dat de stad die hij verwachtte , niet het aardse maar het hemelse Jeruzalem is wat aan het einde van de tijd zal neerdalen op de aarde.

Met dat laatste kreeg Johannes op Patmos als eerste mens zicht op de hemel, of beter gezegd op de hemelen. Eerst zag hij namelijk de hemel van nu. De hemel waar Jezus zit aan de rechterhand van God en waar de gestorven gelovigen God dienen voor Zijn troon. Die hemel is, zo mocht Johannes zien en ervaren, het Duizendjarige Rijk is15, waar de gelovigen leven buiten het bereik van de duivel. Want toen Jezus na Zijn leven op aarde terugkeerde in de hemel , werd de duivel daaruit verbannen16. Maar die hemel zal, zo mocht Johannes zien, niet eeuwig bestaan17. Aan het einde van de tijd zal die hemel plaats maken voor een nieuwe hemelaarde. Dan zal een naar mensenmaat onvoorstelbaar grote en prachtige stad uit de hemel op aarde neerdalen waardoor het letterlijk hemel op aarde zal zijn. Want dan zal de HERE God voor eeuwig en altijd bij de mensen wonen. Op de nieuwe hemelaarde zullen alles en iedereen zó op God gericht zijn dat zelfs de huidige hemeltempel niet meer nodig is. Hoe volmaakt de eerste aarde vlak na de schepping ook was , de nieuwe hemelaarde is nog volmaakter. Want op de nieuwe hemelaarde ontbreekt zelfs de boom van leven of dood , daar groeien alleen maar bomen van het leven. En op de nieuwe hemelaarde zijn de licht- en tijddragers niet meer nodig. God Zelf is daar het Licht. Dat is misschien wel het meest fundamentele verschil tussen de eerste en de nieuwe schepping. In de eerste schepping was ruimte voor duisternis. Eerst in harmonie met licht. Maar na de opstand van een deel van de engelen als domein van de duivel en kenmerk van de volkomen afwezigheid van de HERE God. Daarom is er op de nieuwe hemelaarde geen ruimte meer voor duisternis. Zelfs niet voor een spoortje, want in God is geen spoor van duisternis. En dat mogen mensen helemaal meemaken. Door het werk van Jezus. Dat had Hijzelf gezegd toen Hij nog op aarde was. Maar toen geloofden maar heel enkelen. Daarom mocht Johannes op Patmos zien en ervaren hoe waar de woorden waren die Jezus sprak en hoe sterk Zijn beelden van bekering spreken.

Op aarde had Jezus gezegd dat ieder die naar Hem luistert en gelooft eeuwig zal leven en dat Hij de weg, de waarheid en het leven is. Op Patmos hoorde Johannes opnieuw dat Jezus de getrouwe getuige is , Die de dood overwon en eeuwig leeft. Op aarde had Jezus gezegd dat Hij de Goede Herder is , Die de schaapskooi bewaakt en beveiligd en daarin alleen toelaat wie bij Hem hoort. Op Patmos hoorde Johannes dat het Lam de Goede Herder is , Die bij de hemeldeur staat en daarin alleen mensen toelaat die in het boek van het Leven staan opgeschreven. Op aarde had Jezus gezegd dat wie het water drinkt dat Hij geeft, nooit weer dorst zal hebben. Op Patmos zag Johannes hoe Jezus de schare tallozen voor Gods troon naar de bronnen van het water leidde opdat zij nooit meer honger of dorst zouden hebben. Op aarde had Jezus gezegd dat Hij het hemelse brood is dat eeuwig leven geeft. Op Patmos hoorde Johannes de verhoogde Christus dat opnieuw zeggen en kreeg hij van een ouderling de bevestiging dat het hemelse brood werkelijk de honger eens en voor altijd stilt. Op aarde had Jezus gezegd dat Hij het licht van de wereld is. Op Patmos zag Johannes dat door Jezus zelfs de zon en maan niet meer nodig zijn en hoorde hij dat Jezus inderdaad de Morgenster is waarover Bileam sprak en Zacharias zong. Op aarde had Jezus gezegd dat Hij de ware wijnstok is waarmee mensen verbonden moeten zijn om vruchten voort te brengen en zij anders weggeworpen zullen worden om te worden verbrand. Op Patmos hoorde Johannes dat als je bij Jezus hoort, je te feliciteren bent omdat je de vitale levenssappen krijgt om niet. Maar dat je, als je los van Hem leeft, buiten geworpen wordt om eeuwig te branden. Of Johannes ook alles begreep wat hij zag en hoorde weten we niet. Want naar de mens gesproken kon niet waar zijn wat hij zag en hoorde. Hoe kan Iemand zowel de eerste als de laatste zijn en tegelijkertijd zoon en oorsprong van David of Lam en Herder. Toch geloofde Johannes wat hij zag en hoorde. Want hij herinnerde zich ook de woorden van Jezus dat als je probeert te vangen met je verstand wat je moet geloven met je hart, je geestelijk gehandicapt zult raken.

Om in gedachten te houden als je de Bijbel leest!


 

1 In het geslachtsregister van Jezus (Matteüs 1) komen we Juda en David tegen, Beiden verwekten een stamhouder uit een buitenechtelijke relatie. Juda liet zich na de dood van zijn vrouw door de eerste de beste hoer verleiden (Genesis 38,12-16) en David kon zijn seksuele driften niet beheersen toen hij een naakte vrouw zag baden op het dak van haar huis (2 Samuel 11,2b-4a)

2 Ook komen we vrouwen tegen als Rachab, de hoer van Jericho (Jozua 2,1c) en Ruth die oppervlakkig bezien Boaz op de dorsvloer wilde verleiden (Ruth 3,3-7).

3 De meeste gangbare mening is dat Jezus drie jaren in het openbaar heeft opgetreden. In onze tijd zijn er meer en meer Bijbeluitleggers die menen dat de duur van Zijn optreden vier jaar was.

4 Veel hedendaagse bijbel uitleggers menen dat met de 'tegenwoordige hemel' de hemel bedoelt wordt die de mensen zien. Het uitspansel dus, of de hemel die bij de aarde hoort.

5 Als Johannes het hemels Jeruzalem ziet, weet hij niet goed of de stad van glas is of van goud (Openbaring 21,18).

6 Johannes mocht niet alles opschrijven wat hij zag en hoorde. Sommige dingen moesten geheim blijven (Openbaring 10,4)

7 Na de dood van Jojakim, de vader van Jojachin (2 Koningen 24,6), heeft Nebukadnezar niet het risico genomen dat Jojachin net zoals zijn vader tegen hem in opstand zou komen (2 Koningen 24 1). Hij is daarom persoonlijk naar Judea gegaan om Jojachin gevangen te nemen en te laten afvoeren naar Babel.

8 Ezechiël ontving in de jaren nadien veel boodschappen van de HERE God. Ruim dertig van de 48 hoofdstukken van zijn boek beginnen daarmee, soms voorzien van een heel nauwkeurige datering. Zie bijvoorbeeld het begin van Ezechiël 7 en 8.

9 Hoe belangrijk dat visioen was, bleek wel uit de opdracht die Ezechiël kreeg. Net zoals Johannes eeuwen later op Patmos moest hij zijn ogen en oren goed de kost te geven om zijn volksgenoten heel precies te vertellen wat hij had gezien en gehoord (Ezechiël 40,4)

10 Algemeen wordt aangenomen dat de synagogen in de tijd van de ballingschap zijn ontstaan en dat de verwoesting van de tempel daartoe de aanzet heeft gegeven. (Bron: De Christelijke Encyclopedie)

11 De verleiding is groot om de spanningen in het Midden-Oosten in onze tijd in ditzelfde perspectief te zien. Hoewel de onwil tot integratie of vreedzaam samenleven mogelijk bij sommige Israëlische kolonisten of orthodoxe Joden een rol speelt, zijn in onze tijd toch heel andere feiten de oorzaken van het tekort aan vrede in het huidige Midden-Oosten. In hoofdstuk 6 wordt bijvoorbeeld water als één van de oorzaken van onvrede genoemd.

12 Ook dit lijkt in onze tijd te gebeuren. Het zijn niet alleen de Palestijnen waarmee Israël te rekenen heeft om vreedzaam in Israël te wonen           en te leven. Zij hebben ook met de omringende volken te rekenen.

13 Hoewel vrij algemeen wordt aangenomen dat koning Salomo de Prediker was (Prediker 1,1) moeten we in de prediker eerder een figuur zien die in ballingschap leefde. De prediker zegt immers zelf dat hij koning in Jeruzalem wàs (Prediker1,12) en dat voor hem heel wat koningen in Jeruzalem geregeerd hadden (Prediker 1,16 ). Bovendien zegt hij dat Juda een gewest was (Prediker 5,7) en dat was pas in de tijd van het Perzische rijk het geval.

14 Zacharia heeft in die moeilijk tijd voortdurend van God de opdracht gekregen het Joodse volk te bemoedigen. Het begon al in het tweede jaar van Darius (Zacharia 1,1) en kreeg een vervolg in het vierde jaar van Darius (Zacharia 7,1) en nog veel later opnieuw (Zacharia 8,1)

15 Met name de Chiliasten menen dat het Duizendjarige Rijk een periode op aarde zal zijn. Anderen menen daarentegen dat het duizendjarige rijk doelt op de periode van Jezus’ Hemelvaart tot aan de Jongste Dag. Op aarde heet die periode 'het laatste der dagen' en in de hemel 'het Duizendjarige Rijk'. In Openbaring 20 wordt namelijk gezegd dat de gelovigen na hun dood opstaan uit de dood en naar de hemel gaan. In tegenstelling tot godloze mensen die pas op de Jongste Dag zullen opstaan en geoordeeld worden. Zij worden dan veroordeeld (de tweede dood) en de gelovigen zullen, verenigd met hun lichaam, eeuwig mogen leven op de nieuwe hemelaarde.

16 Aanvankelijk had de duivel toegang tot de hemel (Job 1,6)

17 Naar mening van Bijbeluitleggers uit onze tijd met de 'hemel die zal vergaan' de hemel bedoeld wordt die mensen kunnen zien, de wolken, de blauwe lucht, de zon, maan en sterren. Maar ook de hemel, de woonplaats van God zoals die nu bestaat, zal een einde krijgen en hemel op aarde worden.